Over girlpower, sterke vrouwen en emancipatie
Jeanine is voor Jongeren subculturen-project in de wonderbare wereld van de sterke vrouw, bom-moeder en andere feministische kwesties gedoken voor ons.
In mijn zoektocht naar de betekenis van feminisme, ben ik verschillende definities tegengekomen. Woordenboek Van Dale vertelde me dat feminisme staat voor ‘het streven naar een gelijkwaardige behandeling van vrouwen ten opzichte van mannen’. Maar de term feminisme staat ook voor een politieke en sociale beweging, evenals een wereldbeschouwing. Simpel uitgelegd bekritiseren feministes de ongelijke (machts)verhoudingen tussen vrouwen en mannen. Feministes streven naar gelijke mensenrechten tussen mannen en jongens aan de ene kant en vrouwen en meisjes aan de andere kant. De feministische beweging vind dat vrouwen en mannen gelijke verantwoordelijkheden en rollen in de maatschappij horen te krijgen. Dikwijls wordt feminisme over één kam geschoren met emancipatie. Emancipatie staat wel voor het streven naar gerechtigheid, zelfstandigheid en gelijkheid, maar niet alleen op het gebied van vrouwenrechten. Feminisme is minder zakelijk en wordt meer gezien als een levenswijze; een actieve poging een stempel te drukken op de strijd voor gelijke
rechten en op de eigen positie en die van andere vrouwen.
Het feminisme wordt vaak gezien als een golfbeweging. We kennen verschillende feministische golven. De eerste feministische golf verwijst naar de strijd van vrouwen tussen 1890 en 1920 om het vrouwenkiesrecht te verwerven. De tweede feministische golf verwijst naar de vrouwenemancipatiebeweging die opkwam tussen 1965 en 1980. Sommige mensen zeggen dat nu een derde feministische golf plaatsvindt, gebaseerd op de zogenaamde ‘mondigheid’ van vrouwen.
Eerste feministische golf
Aan het eind van de 19e eeuw vond de eerste feministische golf plaats. Deze begon omstreeks 1870 en eindigde rond 1919. De opkomst van het feminisme in Nederland had vooral te maken met de industrialisatie. Door de industrialisatie werd de huisnijverheid vervangen door fabrieksmatige productie. Voor veel vrouwen betekende dit dat zij thuis geen geld meer konden verdienen en alleen nog onbetaalde arbeid (huishouden en gezin) mochten verrichten. De positie van getrouwde vrouwen was in die tijd niet gemakkelijk; in de wet stond dat de vrouw gehoorzaamheid verschuldigd was aan haar man, wat echtscheiding vrijwel onmogelijk maakte. Mannen hadden de volledige zeggenschap over zijn kinderen en bezit…
Alle vrouwen werden handelsonbekwaam geacht; vrouwen mochten dus geen contracten ondertekenen en in juridische aangelegenheden werden zij als kinderen behandeld. Alle vrouwen waren uitgesloten van politieke rechten en mochten geen openbare functies vervullen. De basisopleiding die meisjes kregen waren meestal van slechtere kwaliteit als die van jongens. De meeste vervolgopleidingen mochten door meisjes niet gevolgd worden.
Voor veel vrouwen en meisjes werd deze toestand langzamerhand onmogelijk. De eerste feministische golf die rond 1870 begon hield zich dan ook voornamelijk met de volgende onderwerpen bezig:
- Het verkrijgen van meer en goedbetaalde arbeid voor vrouwen.

- Beter onderwijs voor vrouwen.
- Kiesrecht voor vrouwen.
- Het bestrijden van de dubbele moraal op seksueel gebied die de vrouw benadeelde.
- En de strijd om vaders verantwoordelijkheid te laten nemen voor hun kinderen, bijvoorbeeld bij onwettige kinderen en financiële ondersteuning.
De feministes van deze eerste golf hebben hun doelen voor een groot deel bereikt. In 1917 kregen vrouwen passief kiesrecht en mochten vrouwen zich verkiesbaar stellen.
De eerste vrouw, Suze Groeneweg (SDAP) kwam in de Tweede Kamer. In 1919 is er actief kiesrecht gekomen voor vrouwen en bij de eerst volgende verkiezingen (1922) kwamen zeven vrouwen in de Tweede Kamer. Rond 1920 was het voor nagenoeg alle vrouwen mogelijk om tot het huwelijk te werken.
Ook kregen vrouwen toegang tot het hoger onderwijs. Bordelen werden strafbaar.
Bekende feministes uit de eerste feministische golf zijn Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs. In 1894 richtten zij De Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VvVK) op. Aletta Jacobs was de eerste vrouw die een universitaire studie succesvol afmaakte.
Tussen de eerste en tweede feministische golf
Met het verkrijgen van het vrouwenkiesrecht, vrij snel gevolgd door de crisisjaren, kwam er een einde aan de eerste feministische golf. Het belangrijkste strijdpunt was immers gewonnen, en door de crisis en later de Tweede Wereldoorlog waren er andere prioriteiten. Pas in de jaren zestig van de twintigste eeuw begint de tweede feministische golf. Toch zijn er tussen deze twee ‘golven’ in wel een aantal gebeurtenissen van belang geweest voor de positie van vrouwen. Zo werd in 1956 de handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen die was vastgelegd in het huwelijksrecht opgeheven.
In 1956 werd Marga Klompé namens de KVP (Katholieke Volks Partij) Minister van Maatschappelijk werk in het Kabinet-De Quay en daarmee Nederlands eerste vrouwelijke minister. Door ziekte van Minister Cals zou ze ook nog eens tot tweemaal toe, tijdelijk Minister van Onderwijs wezen in hetzelfde kabinet.
In 1964 wordt de anticonceptiepil in Nederland geïntroduceerd. Hierdoor kregen vrouwen de mogelijkheid zelf hun zwangerschap te reguleren en werd een enorme impuls gegeven aan de ‘seksuele revolutie’. Met de acceptatie van het gebruik van voorbehoedsmiddelen hadden vrouwen zelfbeschikking over hun vruchtbaarheid verworven. Kinderen werden niet langer alleen in huwelijksrelaties voortgebracht en opgevoed, maar ook in woongroepverband of door alleenstaande moeders (de BOM-vrouw, Bewust Ongehuwde Moeder).
De tweede feministische golf
De tweede feministische golf vond plaats tussen 1965 en eindigde halverwege de jaren ’80. De tweede feministische golf ontstond uit onvrede met de gang van zaken. Feministes zagen in dat de gelijke rechten waarvoor vrouwen tijdens de eerste feministische golf gestreden hadden nog geen gelijke kansen betekenden. In Nederland werd het begin van de feministische golf min of meer ingeluid door aandacht voor de vertaling van het boek ‘De tweede sekse’ van filosofe Simone de Beauvoir. De thema’s die centraal stonden tijdens de tweede feministische golf overlappen deels die van de eerste. Arbeid, politiek en onderwijs waren wederom belangrijk, omdat op deze terreinen te weinig bereikt was. Slechts 16 procent van de vrouwen had een betaalde baan, er was nauwelijks kinderopvang en vrouwen verdienden minder dan mannen. Op school werden vrouwen geleerd dat zij geen baat zouden hebben met een goede opleiding, omdat ze toch zouden trouwen. In de politiek was hooguit 15 procent van de Tweede Kamerleden vrouw.
Naast deze ‘oude` strijdpunten kende de tweede feministische golf ook nieuwe, zoals seksualiteit, huwelijk en gezin. In die jaren draaiden vrouwen alleen op voor het huishoudelijk werk. Feministes vochten nu voor herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid. Tegelijkertijd werd gestreden voor het recht op abortus, onder het motto ‘baas in eigen buik’. En ze streden tegen de dubbele moraal op seksueel gebied, die van vrouwen kuisheid eiste terwijl een man met veel relaties juist aan aanzien won.
Binnen de tweede feministische golf zijn twee hoofdstromingen te onderscheiden. Eén groep vond dat vrouwen niet met mannen (de onderdrukker) hoorden samen te werken. Een andere groep vond juist dat vrouwen zich een plek moesten veroveren in de bestaande manneninstituties, om van binnenuit veranderingen te bewerkstelligen. Verschil was er ook tussen vrouwen die vonden dat feministische activiteiten niet betaald hoorden te worden, en feministes die zeiden dat het voor de economische zelfstandigheid van vrouwen juist goed was om geld te verdienen.
Inzet van de tweede feministische golf waren dus vooral de seksuele en financiële mogelijkheden voor vrouwen. Tijdens de tweede feministische golf ontstonden een aantal (actie)groepen. De bekendste is waarschijnlijk wel de Dolle Mina’s. Zij werden bekend met deze bekende foto. à De Dolle Mina’s streden voor het recht op abortus en geboortebeperking voor vrouwen. Spontane actiegroep ‘Dolle Mina’s’ bestond voornamelijk uit linkse vrouwen. Door verschillende ludieke acties kwam hun mening in het nieuws. De naam Dolle Mina verwijst naar één van de eerste Nederlandse feministes; Wilhelmina Drucker.
Een andere Nederlandse, feministische, vrouwenorganisatie; de Man Vrouw Maatschappij, streed vooral voor gelijkwaardige opleidingsmogelijkheden en salaris. Bijzonder aan deze organisatie was dat ook mannen lid mochten worden. De voornaamste activiteit van MVM was druk uitoefenen op politieke en maatschappelijke organisaties met betrekking tot roldoorbreking, gelijke ontplooiingsmogelijkheden en gelijk recht op betaalde arbeid. Voorzitter van de partij was Joke Kool-Smit, welke eerder een artikel schreef onder de naam ‘Het onbehagen van de vrouw’. Andere leden van deze organisatie waren bijvoorbeeld Hedy d’Ancona en hoogleraar economie Henk Misset.
Naast deze twee groepen kennen we ook een radicaal-feministische beweging. Het radicaal-feminisme gaat ervan uit dat mannen en vrouwen tegenover elkaar staan in een machtsrelatie. De eerste radicaal-feministische actiegroep ‘Paars September’ viel de heteroseksualiteit aan. Deze actiegroep had als standpunt; “Je gaat toch niet met je onderdrukker naar bed?”.
De tweede feministische golf heeft verschillende gevolgen. Zo wordt in 1971 de wetsbepaling geschrapt dat de man ‘hoofd van de echtvereniging’ is. In 1973 wordt door de radicaal-feministische beweging het eerste vrouwenhuis ingericht. Hierdoor kwam de vrouwenhulpverlening (waaronder Blijf-van-mijn-lijfhuizen) op gang. Vanaf 1975 kwamen vrouwenstudies op aan de Nederlandse universiteiten en hogere beroepsopleidingen. Eveneens in 1975 Werd de Wet Gelijk Loon Voor Vrouwen en Mannen in het leven geroepen. Hierop volgde de Wet Gelijke Behandeling van Mannen en Vrouwen. Deze wet was afgedwongen door een richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen. In de wet is vastgelegd dat er geen onderscheid mag orden gemaakt in werk, arbeidsvoorwaarden, onderwijs, sociale zekerheid en beëindiging van de arbeidsovereenkomst. In 1981 kwam de Abortuswet tot stand. Onder strenge voorwaarden wordt abortus gelegaliseerd.
Feminisme nu
Het aannemen van de abortuswet in 1981 markeert het einde van de tweede feministische golf in Nederland. De tweede feministische golf heeft vrouwen mogelijkheden gegeven hun talenten te ontplooien en vrouwen niet langer te beoordelen op het moederschap.
Hoewel het tegenwoordig vanzelfsprekend lijkt dat mannen en vrouwen gelijk worden behandeld, is het feminisme toch nog volop in leven. Bijvoorbeeld in het tijdschrift Opzij, met Cisca Dresselhuys als spraakmakende hoofdredactrice. Jaarlijks, op 8 maart, vind de Internationale Vrouwendag plaats. Internationale Vrouwendag staat in het teken van solidariteit en strijdbaarheid van vrouwen overal ter wereld. Meestal wordt landelijk en zelfs lokaal bedacht welke activiteiten er op deze dag worden georganiseerd.
Derde feministische golf?
Sommige mensen beweren dat er momenteel (voorzichtig) sprake is van een derde feministische golf. Enerzijds is er de strijd voor gelijke beloning voor gelijk werk. Anderzijds ontstaan er feministische bewegingen onder migrantenvrouwen die strijden tegen cultureel en/of religieus gemotiveerde achterstelling van vrouwen afkomstig uit bijvoorbeeld het Caribisch gebied, Somalië, Turkije en Marokko.
Sinds kort is een nieuw soort feministes opgestaan om te protesteren tegen het beeld dat de media van vrouwen neer zet. Documentairemaakster Sunny Bergman maakte bijvoorbeeld de documentaire Beperkt Houdbaar, waarin wordt laten zien hoe vrouwen zichzelf willen veranderen om meer op de ideale vrouw te lijken.


